AMERIJCKX (Ameryckx in sommige bronnen) Petrus-Johannes

Petrus-Johannes is geboren in Bollebeek-Mollem op 12 maart 1892. (Op het offerandeprentje en in Het Staatsblad is echter 27 februari 1892 opgegeven als geboortedatum.) Zijn indiensttreding als milicien dateert van 1912.

Tijdens de oorlogsjaren was hij opgeroepen om op 1 augustus 1914 als ruiter bij het 2de Gidsenregiment, 2de Groep 4de eskradon te vervoegen. Nadat hij op 17 februari in Diksmuide gewond was geraakt door kogelschoten aan de borstkas en in de onderbuik werd hij overgebracht naar het veldhospitaal L’Océan in De Panne. Daar bezweek hij aan zijn verwondingen op 21 februari 1916.

Hij werd begraven in Adinkerke op de militaire begraafplaats onder het nummer 960 op 22 februari 1916. Op 3 september 1921 werd hij herbegraven in Merchtem.

Hij werd onderscheiden met het Oorlogskruis met Palm op 2 maart 1916 en kreeg eveneens het Militair Ereteken 2e klasse en 2 frontstrepen.  Zijn stamnummer is 150/8524.

Op het rouwprentje lezen we o.a. een aanmoediging voor zijn twee broers die ook frontsoldaten waren nl. “hij heeft manhaftig gestreden, voor zijn land bitter geleden. Voor koning, voor Eer en voor Plicht wondren van dapperheid verricht!... Aan U, mijne twee Broeders Jules en Adolf die nog gaat in den slag, aan U zend ik nog eens mijnen broederlijken en vaderlandschen groet!

 

BALLON Benedictus Joannes Benoît

 

Benoît is in Peizegem geboren op 17 september 1879. Hij was de zoon van Joannes Baptist Ballon en van Rosalia De Block. Hij huwde in Steenhuffel op 7 mei 1913 met Louisa Buelens. Het echtpaar kwam eind juli 1913 in Opwijk wonen. Hij was er bediende aan het spoorwegstation. Hij vervulde zijn militaire dienstplicht van 2 oktober 1899 tot 30 september 1902.

Benoît was één van de laatste lichtingen die opgeroepen is in 1914 (klasse 1899). In de zomer van 1914 vervoegde hij het leger op 4 augustus 1914 als korporaal van de genie bij de Vestingtroepen Antwerpen. Hij was aan het Front vanaf 15 november 1914 als sergeant. Te vermelden is volgend feit, aldus de kleinzoon Paul Ballon: “Het Belgisch leger vluchtte vanuit Antwerpen naar de Westhoek. Benoit vluchtte eveneens via de pontonbrug over de Schelde naar de linkeroever, vervolgens richting Beveren-Waas en Zelzate om zo uiteindelijk in Nieuwpoort aan te komen. Benoît ontmoette toen in een café de schipper Hendrik Geeraert. Hij sprak hem aan en hoorde dat die goed op de hoogte was van de werking van de sluizen. Benoît kon Hendrik  overtuigen om zijn verhaal nog eens over te doen bij de legerleiding. Soldaat Ballon was alzo nauw betrokken bij het gevaarlijke dagelijks openen en sluiten van de sluizen van de Noordvaart te Nieuwpoort. Schipper Geeraert was de gids”.

Met gevaar voor eigen leven werden de sluizen aan de IJzer drie nachten op rij opengedraaid. De IJzervlakte liep helemaal onder water en de Duitse troepen konden niet meer verder. Dat betekende het einde van de bewegingsoorlog en het begin van de loopgravenoorlog. Van juli 1915 tot 18 oktober 1918 maakte hij deel uit van de hulptroepen van de genie (18de en 19de compagnie). Daarna was hij in de Militaire Sectie der Veldspoorwegen. Benoît ging vanuit Brugge met 'onbepaald verlof' terug naar zijn gezin in Opwijk op 1 februari 1919. Zijn dossiernummer is 6181639. Hij werd vereerd met het IJzerkruis, als Vuurkruiser en met het Belgische en Franse Oorlogskruis.

Eind oktober 1952 verhuisde hij naar Steenhuffel en later naar Mechelen waar hij op 16 augustus 1963 overleed. Omwille van zijn verdiensten als frontsoldaat werd in Mechelen de straat aan de Nekkerhal naar hem genoemd in 2015. Ook in Merchtem werd een straat in een nieuwe verkaveling in Peizegem-dorp de Benoît Ballonstraat genoemd in 2017.

 

 

Flor Goossens, vader van onder meer Josee Goossens tekende op hoe het leven was in Merchtem tijdens en na Wereldoorlog I. Zijn notities geven ons een idee van angst voor de bezetter en van het moeizame herstel na Wereldoorlog I.