DE GEEST Carolus

 

Carolus Rufinus Maria Oscar De Geest (Charles volgens het legerarchief) werd geboren in Merchtem op 24 maart 1883 als zoon van Petrus Maria  De Geest en Rosa Josepha Van Heymbeek. Hij werd soldaat bij het 11de linieregiment in 1905. Carolus huwde met Maria Josephina Luppens op 9 januari 1911 in Merchtem. In 1913 kwam hij bij het reserveleger.

Bij de aanvang van Wereldoorlog I werd hij op 1 augustus 1914 opgeroepen en vervolgens ingedeeld bij het 11de linieregiment. Een paar maanden later meer bepaald in december 1914 kwam hij terecht bij de etappetroepen en ging hij naar het front tot juli 1917. Daarna kwam hij terecht  bij de administratie en dit  tot juni 1918. Op 1 mei 1919 werd hij in onbepaald verlof gestuurd.

 

Het is ons niet duidelijk welke verminking hij als frontsoldaat heeft opgelopen. Wel lezen we op zijn offerandeprentje dat hij niet ongeschonden (meer nog ‘als verminkte’) uit de wereldbrand is gekomen. Voor zijn inzet in Wereldoorlog I is hij vereerd met het Oorlogskruis met Palm, met de militaire eretekens van 1ste en 2de klas, de medaille van Luik, de IJzer en de Herinnerings- Overwinningsmedaille.  Hij verwierf ook 8 frontstrepen.

Na de oorlog was hij actief als schepen en werd hij ondervoorzitter van de fanfare Concordia. Hij was ook voorzitter van de Nationale Oud-strijdersbond en voorzitter van de Duivenbond ‘De Eendracht’, en dit alles in Merchtem.

Carolus overleed in Merchtem op 29 februari 1948. Hij is begraven op het kerkhof in Merchtem. Op de familiegrafsteen  De Geest – Luppens staat vermeld dat hij ‘oud-strijder 14-18’ is geweest.