DE VELDER Jules, Jan, Frans en Victor

Op 7 augustus 1914 stierf Julius Josephus De Velder in Boncelles nabij Luik aan de gevolgen van een obusscherf in de buik. Hij was geboren in Merchtem op 9 februari 1889 en dus amper 25 jaar oud bij zijn overlijden. Julius Josephus was de ongehuwde zoon van Carolus Louis en Coletta  Leemans en hij was in dienst gegaan als premievrijwilliger in 1909. Zijn actieve dienst als soldaat 2e klas begon bij het 1ste regiment jagers te voet 3/1, 3de batterij, 9de compagnie maar heeft helaas maar een paar maanden geduurd .  Wie zijn graf zoekt, vindt het in op het gemeentelijk kerkhof Robermont bij Luik. Deze begraafplaats telt meer dan 250 Belgische soldaten uit de Eerste Wereldoorlog.

Op zijn offerandeprentje lezen we dat hij zijn drie broers, veel moed wenst in de strijd en hoopt dat ze veilig en wel thuis terugkomen.:

 

 

 

 

 

Die passage bracht ons tot de bedenking dat er families in Merchtem waren die een zeer zware oorlogstijd hebben gekend omdat ze meerdere zonen aan het front hadden. De familie De Velder spande toen wel de kroon want maar liefst 4 jongens vochten voor het vaderland en eentje – Julius Josephus – zou nooit meer thuiskomen. Maar wie waren de drie broers Jan, Frans en Victor in oorlogstijd en welke rol hadden ze in de Eerste Wereldoorlog?

Broer Joannes Baptist (of Jan) De Velder werd geboren op 6 oktober 1882. Hij werkte als landbouwer maar werd premievrijwilliger met klaroen van 1902 tot 1904 in Bergen. In 1913 huwde hij Carolina Van Eeckhoudt in Wolvertem/Rossem.

1 augustus 1914 bracht hem bij de 2de jagers te voet, 3de divisie in de fortengordel. Dan volgde een resem overplaatsingen. Die begonnen op 16 oktober 1914 toen hij ingedeeld werd bij de reservetroepen. 24 december 1914 was voor hem de start aan het front. Iets meer dan 8 maanden later nl. op 15 augustus 1915 kwam hij bij de hulptroepen. Wegens ziekte verbleef hij van 2 tot 23 november 1918 in het ziekenhuis in Oostende en Brugge. Na het ziekenhuisverblijf werd hij overplaatst naar de administratie en ten slotte volgde zijn demobilisatie op 1 februari 1919 te Leysele (West-Vlaanderen). Hij kwam uit de oorlog als oorlogsinvalide maar kreeg wel 8 frontstrepen, de Herinnerings- en Overwinningsmedaille, de medaille van Leopold II en het Oorlogskruis met Palm. -

Jan hertrouwde met Rosalia Maria Stevens in Merchtem op 26 april 1920. Hij was lid van het Genootschap van Scherpenheuvel en van de Boerengilde. Op 26 april 1959 overleed hij in Rossem-Wolvertem waarna zijn teraardebestelling volgde in het familiegraf.

Broer Frans Louis  De Velder werd in de Statiestraat op 5 november 1884 geboren. Als jongeman trouwde hij met Maria Joanna Constantia (Hortense) Heyvaert. Hij was werkzaam als landbouwer en spoorwegarbeider en in Merchtem kende men hem onder de bijnaam ‘den tip’. Net als zijn broers werd hij premievrijwilliger. Zo begon hij als klaroenspeler bij de genie in december 1904 en bleef dit doen tot 1906. Hij keerde terug als vrijwilliger in 1910.

Ook hij ontving zijn oproep op 1 augustus 1914. Voor hem ging het richting Schilde bij de 2de jagers te voet. Het eerste anderhalf jaar van de oorlog verbleef hij vooral in de frontlinie want vanuit Schilde kwam hij terecht in Diksmuide aan de IJzer. De 15de december ‘14 echter werd opgenomen in het ziekenhuis in Calais met tyfus. Het ziekenhuisverblijf duurde een goede maand. In april 1915 volgde een overplaatsing naar de 2de compagnie der hulptroepen en dit voor een korte periode. Hij verhuisde met de compagnie naar Brugge en Adinkerke.

Daarna kwam hij bij de genie terecht en bleef er tot einde van de oorlog bij het 25ste compagnie te Gent. In maart 1919 volgde zijn verlof en 15 april ’19 werd hij in onbepaald verlof gezet. Frans was lid van de Vlaamse Oud-strijdersbond en is overleden in Merchtem op 5 maart 1965. De tekst op zijn offerandeprentje eert zijn moed en dapperheid aan het front en dit zovele jaren na het beëindigen van de oorlog.

Omwille van zijn inzet in de strijd kreeg hij de Herinnerings- en Overwinningsmedaille, het Oorlogskruis met Palm en 7 frontstrepen.

Broer (Jean) Victor werd geboren in Merchtem op 8 september 1890. Victor huwde op 20 april 1921 met de zes jaren jongere Josephine Van Zeebroeck. Net als zijn broers begon hij zijn militaire loopbaan in 1910 als premievrijwilliger.

Op 28 juli 1914 werd hij opgeroepen en ingelijfd met de graad van klaroenblazer in het 28ste linieregiment. Heel snel nl. op 3 augustus volgde het voor hem richting front. In oktober 1914 volgde zijn transfer naar het 8ste linie 9de compagnie en een goede twee jaren later ging het mis want we vinden in de legerarchieven aantekeningen van zijn verblijf in het hospitaal vanaf 6 december 1916. Op 11 april keerde hij terug naar het 8ste linieregiment. Opnieuw is hij naar het einde van de oorlog toe gehospitaliseerd van 20 september tot 11 november 2018. Zijn demobilisatie volgde op 10 september 1919.  Hij had – volgens de berekeningen van het Ministerie van Defensie 52 maanden verbleven aan het front.

Voor zijn aandeel als oorlogssoldaat vroeg Victor op 17 november 1921 de voorziene som van 300 Belgische franken.

Ook voor de eretekens waar hij recht op had heeft hij een heuse correspondentie met de betrokken overheidsdiensten gevoerd. Het was nl. geen vanzelfsprekendheid dat soldaten voor hun harde leven aan het front en de verbitterende gevechten waarin ze als jongeman betrokken raakten eretekens kregen. Dit mag duidelijk zijn uit de jarenlange correspondentie die hij met de minister voerde in verband met het toekennen van de frontstrepen waar hij recht op had voor zijn maandenlange aanwezigheid aan het front.  Hierna volgen fragmenten uit de twee aanvragen van respectievelijk de jaren 1929 en 1935.

Hij kreeg uiteindelijk de 8 frontstrepen. (In sommige documenten is er sprake van slechts 6 frontstrepen.) Ook andere eretekens werden hem uitgereikt na aanvraag: Ridder in de Kroonorde met Palm, Ridder in de Leopold II Orde met Palm, Oorlogskruis met Palm, IJzerkruis, Vuurkruis, Herinnerings- en Overwinningsmedaille. 

Hij overleed in Peizegem op 17 februari 1959.

Tot slot

Voor de familie De Velder-Leemans was 1914 op zijn zachtst gezegd een heel bewogen jaar. Het gezin had elf kinderen. Vader De Velder overleed op 26 september 1914. Op dat ogenblik waren de oudste twee kinderen gehuwd, een kindje was overleden (12 jaar) en vier jongens waren soldaat en één van hen overleed in 1914. Bleven in datzelfde jaar nog over om de boerderij te runnen : een meisjestweeling (22 jaar), een jongen (17 jaar) en een meisje (14 jaar).

 

DE WINDE Jan

Jan Eugeen Theophiel De Winde was Merchtemnaar van geboorte. Hij zag het levenslicht op 9 september 1892 en woonde op de Markt in Merchtem als ongehuwde zoon van Theophiel Joseph De Winde en van Maria Sidonia Van Beesen. Vader Theofiel of beter gekend onder de roepnaam Fiel Noille was van beroep horlogemaker en moeder Maria Sidonia was herbergierstier. Als jongeman was Jan lid van de Koninklijke Harmonie St.-Cecilia en voorzitter van de kring “Jonge Toneelliefhebbers”. Zijn indiensttreding als milicien dateerde van 1912.

Zijn dienst ving aan als soldaat 2de klas bij het 9de linieregiment 4/3 of 4de batterij, 15de compagnie. Op 1 augustus 1914 kwam zijn regiment heel snel terecht in de nachtmerrie van de oorlog.

In Luik ontvingen alle soldaten hun vuurdoop in de periode van 4 tot 6 augustus tussen de forten van Boncelles en Embourg en in het gevecht van Sart-Tilman. Het resultaat was een uitgedund regiment dat op 12 augustus in Halen deelnam aan de achterhoedegevechten, vervolgens op 18 augustus in Sint-Margriete-Houtem en Grimde en nadien op 19 augustus in Aarschot.

Het 9e linieregiment nam ook deel aan de drie uitvallen vanuit de sterke verdedigingsgordel rond de vesting Antwerpen.

De derde en laatste uitval begon op 25 september met beschietingen van de cavalerie op de Duitse stellingen nabij Asse en met het opnieuw veroveren van het centrum van Aalst.

Het 9de Linie nam van 26 tot 27 september deel aan de gevechten in Sint-Gillis-Dendermonde en Lebbeke als onderdeel van de vierde divisie en zou nadien terug naar Antwerpen trekken.

Op zaterdag 26 september vond er een uitval plaats vanuit Dendermonde door de vierde divisie en vanuit Buggenhout door de vijfde divisie in de richting van Asse. 

In de voormiddag van 27 september werd er zwaar gevochten nabij de door Belgische soldaten afgebrande Koutermolen in Peisegem. Het resultaat was dramatisch: vier doden en talrijke zwaargewonden en dertien gesneuvelde Duitse soldaten, waaronder een officier.  ‘s Middags rukte het Duitse leger op naar Dendermonde.

Het 9e linieregiment was betrokken bij de verdediging van Antwerpen vanaf 28 september en vocht te Berlaar op 7 oktober tijdens zijn terugtocht vanuit Antwerpen naar de IJzer. Ingegraven  in de omgeving van Steenstrate  (in de nabijheid van Ieper en Diksmuide) werd soldaat Joannes De Winde getroffen door een Duitse kogel. Hij had daarnaast ook  een schedelbreuk en een ingewikkelde breuk van de rechtervoorarm. Met die ernstige verwondingen werd hij overgebracht  naar het Belgisch veldhospitaal l'Océan in De Panne. Ondanks alle zorg stierf hij in het militair hospitaal te Adinkerke op 5 maart 1915 aan de gevolgen van de schedelbreuk. In de administratieve verklaring hieronder vind je de vaststelling van zijn overlijden.

DE RIDDER Carolus

Carolus Borromeus De Ridder werd ook aangesproken als Karel. Hij zag het levenslicht in Merchtem in de Kattestraat op 8 november 1884 als zoon van Joannes Baptist De Ridder en van Francisca Lemmens. In 1904 werd hij als twintigjarige milicien 1ste klas.  Op 9 februari 1911 huwde hij in Peisegem met Maria Elisabeth Thoen.

Zoals zovele jongemannen kreeg hij zijn oproepingsbevel op 1 augustus 1914. Voor hem ging het richting Calais waar hij deel uitmaakte van het 7de linieregiment, 4de compagnie batterij.

In oktober van dat jaar werd hij vanuit Ramskapelle naar het hospitaal gevoerd in Calais wegens een ‘bloedspuwing’. Een maand later, in november 1914 is hij ingescheept en bracht de tocht hem naar Lempaut (in de Tarn in Frankrijk). Daar logeerde hij bij burgers onder het toezicht van militaire geneesheren.

Daarna op 26 december 1917 werd zijn standplaats het kamp van Auvours, meer bepaald het Centrum Opvang van Militaire Veteranen. In Auvours kreeg hij op 16 januari 1918 een attest waarin stond dat hij een ‘chronische’ aandoening had aan zijn organen.

Zijn gezondheidstoestand bracht hem op 22 januari 1918 naar het centrum te Dieppe in de kazerne van zwaar gekwetsten en vervolgens op 12 februari 1918 naar de herstelcompagnie te Rouen (Frankrijk) waar hij ook gedemobiliseerd is op 15 april 1919. Hij werd voor 10% invalide verklaard en verwierf de IJzermedaille in 1935.

Na de oorlog werkte Carolus of Karel als spoorwegwerkman. Hij overleed op 19 november 1959 in Ganshoren.

Toch nog een eervol detail. Karel hielp de kist met het lichaam van Juul De Winde dragen bij de overbrenging naar de IJzertoren op 20 augustus 1937. Hij deed dit tezamen met de oud-strijders Louis Van Nimmen, Rik Marievoet en Ferdinand De Pauw.