DE NIL Jozef

Jozef De Nil is geboren in Meldert op 16 maart 1891 als zoon van Franciscus De Nil en Joanna Catharina De Ridder. Hij woonde samen met zijn echtgenote Maria Theresia De Cock in Nijverseel  (Opwijk) aan de Heirbaan.  Hij is overleden in Merchtem in de woning van zijn zoon in de Drielindenbaan op 5 april 1972 en dat is de reden waarom we hem hier ook een plaats geven. Zijn graf is echter te vinden in het centrum van Opwijk bij het perk met de oud-strijders.

Over Jozef is al veel verteld in lokale en nationale media. Tilly Stuckens bijvoorbeeld wijdde een artikel aan deze oud-soldaat uit Wereldoorlog I in het parochieblad en we vinden ook sporen van hem in een editie van Het Nieuwsblad en een heemkundige publicatie van en over Opwijk.

 

Ernest, de zoon van Jozef haalde volgende herinneringen op aan zijn vader.

Mijn vader was 12 jaar oud toen hij in de mijnen van Charleroi ging werken. Hoewel hij de oudste was van acht kinderen werd hij in 1911 opgeroepen voor zijn legerdienst, die drie jaar zou duren.

Pas afgezwaaid werd hij weer opgeroepen, want Duitsland had België de oorlog verklaard. Tijdens de Groote Oorlog werd hij ingedeeld in het tweede regiment te paard 4e eskadron. Hij werd onmiddellijk naar het front gestuurd.

Op een bepaald ogenblik werd hij met een Waalse strijdmakker geïsoleerd. Ze verstopten zich op de zolder van een boerderij in Steenhuffel. Toen de kust veilig was, voegden ze zich opnieuw bij hun peloton. Door de grote Duitse overmacht diende het Belgische leger zich steeds verder terug te trekken, tot achter de IJzer. Op 17 februari 1917 bevond hij zich in Le Havre.

Onderweg ontsnapte hij aan een gewisse dood, toen hij samen met zijn officier op verkenning ging. Wat er gebeurde? Toen ze terugkwamen, viel een granaat in hun kazemat en was het volledige peloton uitgeroeid. Heel lang verbleven beide mannen in Stuivekenskerke achter de IJzer. Dan op 1 mei 1918 gekwetst te Stuivekenskerke door een hoefslag van een paard werd hij naar het militair hospitaal te Gravelines gebracht. Van daaruit verdreven de Belgische eenheden de vijand uiteindelijk. Bij dit grote offensief ontplofte een granaat dicht bij hem. Joseph verloor drie vierde van zijn gehoor en kon later met zijn gezin nooit meer een normaal gesprek voeren. Hij werd naar het militair hospitaal te Gravelines en op 8 mei 1918 geëvacueerd naar het hospitaal te Orival.”

Zijn militaire dienst stopte op 9 augustus 1919. Jozef werd oorlogsinvalide  Als gevolg van zijn aanwezigheid aan het front leed hij aan 50% doofheid (links en deels rechts). Jozef kreeg wel eretekens zoals het Oorlogskruis, het Oorlogskruis met palm, de IJzermedaille, de Herinnerings- en Overwinningsmedaille, de medaille Orde van Leopold II, het vuurkruis, de Herinneringsmedaille 100 jaar België, de Dagorde van brigade en legerdivisie te paard en 8 frontstrepen.

DE GEEST Carolus

 

Carolus Rufinus Maria Oscar De Geest (Charles volgens het legerarchief) werd geboren in Merchtem op 24 maart 1883 als zoon van Petrus Maria  De Geest en Rosa Josepha Van Heymbeek. Hij werd soldaat bij het 11de linieregiment in 1905. Carolus huwde met Maria Josephina Luppens op 9 januari 1911 in Merchtem. In 1913 kwam hij bij het reserveleger.

Bij de aanvang van Wereldoorlog I werd hij op 1 augustus 1914 opgeroepen en vervolgens ingedeeld bij het 11de linieregiment. Een paar maanden later meer bepaald in december 1914 kwam hij terecht bij de etappetroepen en ging hij naar het front tot juli 1917. Daarna kwam hij terecht  bij de administratie en dit  tot juni 1918. Op 1 mei 1919 werd hij in onbepaald verlof gestuurd.

 

Het is ons niet duidelijk welke verminking hij als frontsoldaat heeft opgelopen. Wel lezen we op zijn offerandeprentje dat hij niet ongeschonden (meer nog ‘als verminkte’) uit de wereldbrand is gekomen. Voor zijn inzet in Wereldoorlog I is hij vereerd met het Oorlogskruis met Palm, met de militaire eretekens van 1ste en 2de klas, de medaille van Luik, de IJzer en de Herinnerings- Overwinningsmedaille.  Hij verwierf ook 8 frontstrepen.

Na de oorlog was hij actief als schepen en werd hij ondervoorzitter van de fanfare Concordia. Hij was ook voorzitter van de Nationale Oud-strijdersbond en voorzitter van de Duivenbond ‘De Eendracht’, en dit alles in Merchtem.

Carolus overleed in Merchtem op 29 februari 1948. Hij is begraven op het kerkhof in Merchtem. Op de familiegrafsteen  De Geest – Luppens staat vermeld dat hij ‘oud-strijder 14-18’ is geweest.

 

 

 

 

 

CORNELIS Petrus Joannes      

In Peizegem op de Dries geboren op 6 april 1887 als zoon van Laurent Cornelis en van  Rosalie Verhasselt. Zijn indiensttreding als premievrijwilliger dateert van 1907. Hij was werkzaam als landbouwer en huwde in Merchtem op 15 februari 1911 met Maria Theresia (op het offerandeprentje en het gemeenteattest vinden we echter Leontina) Heyvaert, afkomstig uit Opwijk. Pittig details: de maatschappij ‘De Herleving’ kwam langs om hen een serenade te geven.

Hij kreeg bericht dat vanaf 16 december 1913 hij deel zou uitmaken van de 12de brigade artillerie te Luik. Hij begon zijn actieve dienst als soldaat 2de klas, ging over naar de eenheid der 3de veldartillerie, 1e brigade, 41ste batterij. Ondanks een zware verkoudheid opgelopen op 5 augustus 1914 bleef hij strijden te Haalen en Haacht. Bij de terugtocht uit Antwerpen redde hij 2 veldstukken uit de handen van de vijand. Hij werd gekwetst en tijdelijk ongeschikt verklaard op 29 april 1915. Hij leed aan tering en werd in november van de IJzer overgebracht naar een hospitaal in Sheffield. (Engeland). Uit een brief van onderpastoor A. De Boeck uit de parochie St.-Catharina Brussel, die in die tijd werkzaam was in Sheffield blijkt dat “Petrus werd berecht en een teringlijder was, die langzaam verslechterde en rustig is gestorven. Hij hoopte nog naar België en naar U terug te keren, maar helaas. Overleden aan zijn wonden en longtuberculose op 31 augustus 1915 in het St.-Maria- Hospitaal te Sheffield, Crinicar Lane. Hij werd begraven op 3 september met een Belgische vlag op de kist. Hij werd omringd door Engelsen en Belgen. De toenmalige burgemeester van Boom, de heer Van Reeth heeft er een rede uitgesproken. Talrijke bloemen werden neergelegd op het graf. God zegene U en uw kind.” Plaats van de begrafenis was South Yorkshire Intake City Road Cemetery perk H.H. rij RC graf nr. 4825”.

Uittreksel rouwprentje:

“In ’t aaklig uur van ’s lands gevaar, de jonge man ten strijde toog.

Zijn lieve vrouw, zijn duurbaar kind verlaten, zwaar op ’t hart hem woog.

Hij streed te Haelen, koen te Haecht, als dappre telg van ’t vrije diet;

En redde twee stuks veldgeschut als ’t Leger de oude Vesting liet…

Zijn stamnummer is 153/1013 en dossiernummers 6205985 en 6179116.

Hoe het verder verliep voor de weduwe? We vonden volgende gegevens terug. De pastoor ging in mei 1919 enkele portretjes en brieven en horloge afgeven aan de weduwe-soldatenvrouw. Ze kreeg in augustus een brief uit Sheffield  met een foto en verslag van de ceremonie van 21 juli ??? in Engeland. Postuum verkreeg hij de eretekens IJzerkruis en Zege en Herinneringsmedaille. De weduwe schreef naar het Strijdersfonds in 1922 voor een uitkering. Ze was lid van de Nationale Oud-Strijdersbond.