ANDRIESSENS Jozef Egidius

Jozef is geboren in Peizegem op 28 mei 1881 als zoon van Rochus Bartholomeus en Maria Catharina Verpeet. Hij huwde  Maria Mathilda Seghers,  die van beroep herbergierster was. Als milicien trad hij in dienst in 1901.

Opgeroepen als soldaat 2de klasse bij het 1ste linieregiment 2decompagnie op 1 augustus 1914  en gestationeerd bij de 1ste vestigingsregiment. Op 14 oktober 1914 is hij naar Calais overgebracht op bevel van hogerhand. Als soldaat was hij daar ingedeeld bij de hulptroepen van de genie. Op 20 december 1914 was hij aan de slag bij de 1ste compagnie onderhoudswerkers van de genie voor wegen en bruggen te Steenkerke en op 24 december 1914 bij de Genie, 1 Groep 59de compagnie gelegen te Poperinge.

Op 24 mei 1916 is hij in Calais gehospitaliseerd in, Middleton, rue du Temple 53, wegens ziekte opgelopen in dienst bij een eenheid die aanspraak maakte op frontstrepen. Gekwetst op 7 juni 1916 in Calais en er naar het Belgisch militair hospitaal Porte de Gravelines gebracht. Overleden op 8 juni 1916  in het krijgsgasthuis van Calais door ontsteking  van de luchtwegen. Hij werd opgebaard in het "dépôt mortuaire", rue Edgard Quinet te Calais. Daar is hij ook begraven op de Belgische militaire begraafplaats sectie 1 rij 14 graf nr. 6. Nadien volgde een nieuwe begraving in Calais op de gemeentelijke begraafplaats Nord Boulevard du 8 Mai van het Belgisch militair ereperk graf nr. 498. Hij kreeg postuum 2 frontstrepen. Op zijn rouwprentje lezen we: “Hij behoort tot het getal dier helden die hun bloed en hun leven offerden voor de Verlossing, de Vrijheid en de Eer van ons duurbaar België. Zijn naam wordt door het volk gezegend; zijne gedachtenis zal voortleven bij het dankbaar nageslacht”.  Zijn stamnummer is 101/52295 / (11152) en dossiernummer 6179116 in de KLM.

Na zijn overlijden liet hij  een weduwe en vier kinderen na. Zijn weduwe was lid van de Vlaamse Oud-Strijders Merchtem.

AMERIJCKX (Ameryckx in sommige bronnen) Petrus-Johannes

Petrus-Johannes is geboren in Bollebeek-Mollem op 12 maart 1892. (Op het offerandeprentje en in Het Staatsblad is echter 27 februari 1892 opgegeven als geboortedatum.) Zijn indiensttreding als milicien dateert van 1912.

Tijdens de oorlogsjaren was hij opgeroepen om op 1 augustus 1914 als ruiter bij het 2de Gidsenregiment, 2de Groep 4de eskradon te vervoegen. Nadat hij op 17 februari in Diksmuide gewond was geraakt door kogelschoten aan de borstkas en in de onderbuik werd hij overgebracht naar het veldhospitaal L’Océan in De Panne. Daar bezweek hij aan zijn verwondingen op 21 februari 1916.

Hij werd begraven in Adinkerke op de militaire begraafplaats onder het nummer 960 op 22 februari 1916. Op 3 september 1921 werd hij herbegraven in Merchtem.

Hij werd onderscheiden met het Oorlogskruis met Palm op 2 maart 1916 en kreeg eveneens het Militair Ereteken 2e klasse en 2 frontstrepen.  Zijn stamnummer is 150/8524.

Op het rouwprentje lezen we o.a. een aanmoediging voor zijn twee broers die ook frontsoldaten waren nl. “hij heeft manhaftig gestreden, voor zijn land bitter geleden. Voor koning, voor Eer en voor Plicht wondren van dapperheid verricht!... Aan U, mijne twee Broeders Jules en Adolf die nog gaat in den slag, aan U zend ik nog eens mijnen broederlijken en vaderlandschen groet!

 

BALLON Benedictus Joannes Benoît

 

Benoît is in Peizegem geboren op 17 september 1879. Hij was de zoon van Joannes Baptist Ballon en van Rosalia De Block. Hij huwde in Steenhuffel op 7 mei 1913 met Louisa Buelens. Het echtpaar kwam eind juli 1913 in Opwijk wonen. Hij was er bediende aan het spoorwegstation. Hij vervulde zijn militaire dienstplicht van 2 oktober 1899 tot 30 september 1902.

Benoît was één van de laatste lichtingen die opgeroepen is in 1914 (klasse 1899). In de zomer van 1914 vervoegde hij het leger op 4 augustus 1914 als korporaal van de genie bij de Vestingtroepen Antwerpen. Hij was aan het Front vanaf 15 november 1914 als sergeant. Te vermelden is volgend feit, aldus de kleinzoon Paul Ballon: “Het Belgisch leger vluchtte vanuit Antwerpen naar de Westhoek. Benoit vluchtte eveneens via de pontonbrug over de Schelde naar de linkeroever, vervolgens richting Beveren-Waas en Zelzate om zo uiteindelijk in Nieuwpoort aan te komen. Benoît ontmoette toen in een café de schipper Hendrik Geeraert. Hij sprak hem aan en hoorde dat die goed op de hoogte was van de werking van de sluizen. Benoît kon Hendrik  overtuigen om zijn verhaal nog eens over te doen bij de legerleiding. Soldaat Ballon was alzo nauw betrokken bij het gevaarlijke dagelijks openen en sluiten van de sluizen van de Noordvaart te Nieuwpoort. Schipper Geeraert was de gids”.

Met gevaar voor eigen leven werden de sluizen aan de IJzer drie nachten op rij opengedraaid. De IJzervlakte liep helemaal onder water en de Duitse troepen konden niet meer verder. Dat betekende het einde van de bewegingsoorlog en het begin van de loopgravenoorlog. Van juli 1915 tot 18 oktober 1918 maakte hij deel uit van de hulptroepen van de genie (18de en 19de compagnie). Daarna was hij in de Militaire Sectie der Veldspoorwegen. Benoît ging vanuit Brugge met 'onbepaald verlof' terug naar zijn gezin in Opwijk op 1 februari 1919. Zijn dossiernummer is 6181639. Hij werd vereerd met het IJzerkruis, als Vuurkruiser en met het Belgische en Franse Oorlogskruis.

Eind oktober 1952 verhuisde hij naar Steenhuffel en later naar Mechelen waar hij op 16 augustus 1963 overleed. Omwille van zijn verdiensten als frontsoldaat werd in Mechelen de straat aan de Nekkerhal naar hem genoemd in 2015. Ook in Merchtem werd een straat in een nieuwe verkaveling in Peizegem-dorp de Benoît Ballonstraat genoemd in 2017.